maandag 13 oktober 2008

De reis door mijn kamer

Deze maandag begon zoals iedere andere maandag. Ik werd wakker van mijn wekker om 8.00u en verzette hem vervolgens naar 8.30u, ik ging me wegen, gister uit eten geweest, dus wegen was niet zo'n succes. Daarna eten, yogurt en 3 droge crackers, computer aan, msn aan, met Jedidja kletsen etc. Maar toen gebeurde er iets wat anders nooit gebeurt, ik keek mijn kamer rond en dacht "wat een zooi" en begon, jawel echt waar, met opruimen! (Ik zei toch dat dit anders nooit gebeurde, het opruimen bedoel ik dan)

Ik begon met mijn laatjes in het bureau, sjonge jonge ik wist niet dat ik al die prachtige dingen nog had! Maar nu ik weer weet dat ik ze heb kan ik ze natuurlijk niet weggooien, stel je voor dat ik het ooit nog een keer nodig heb! Toen de laatjes klaar waren (bijna alles zat er nog in maar dan netter opgestapeld) ging ik verder met de zooi onder mijn bureau, oke, hier woonde dus een grote stofwolk, dat wist ik niet, hoewel ik wel iedere dag mijn voeten hierin plant (ahum)

Vervolgens de rest van mijn kamer een beetje gezogen, achter de prullenbak (was nodig, meer zeg ik niet) en toen, jawel, het moest echt gebeuren, onder mijn bed. Aiaiai, ik wilde het liefst mijn bed weer terugschuiven, niemand die het ziet, maar dat kon ook niet meer, dus ik pakte de stofzuiger en zoog, met mijn ogen dicht, het ergste weg. Stof, haar, papiertjes en sokken. Ineens hoorde ik gepiep, ik dacht dat dit mijn sok was die net niet door de slang paste, dus ik deed de turbo aan, maar het gepiep hield aan. Ik opende mijn ogen en keek onder het bed. Daar zat een moeder muis met haar 12 babymuisjes, de kleintjes zaten in de hoek gedrukt en moeder stond er beschermend voor, ze hield de kleinste baby in haar armen en keek me angstig aan. Ik mompelde excuses, haalde mijn sok uit de stofzuigerslang en gaf deze aan haar. Vervolgens duwde ik voorzichtig het bed terug en legde nog wat kaas neer. Tja ik heb echt geprobeerd om onder mijn bed op te ruimen, maar je wilt zo'n gezinnetje toch niet dakloos maken! Helaas.

Ik maakte mijn bed op en kwam tot een prettige ontdekking. Ik lag niet iedere nacht alleen in mijn bed, ik ontmoette bij mijn hoofdeind: meneer spin. Ik praatte even met hem, het is een bijzondere man die het ziet als zijn taak om te zorgen dat ik 's nachts niet lastig gevallen wordt door muggen of vliegen. Het is een al wat oudere heer, maar hij doet zijn werk goed, geen last van muggen (niemand denk ik in dit jaargetijde) Meneer Spin en ik hebben een verstandhouding opgebouwd tijdens onze korte ontmoeting, hij is dood en ik leef nog en dat accepteren we allebei.

Na deze ontmoetingen en bijzondere ontdekkingen ben ik gestopt met opruimen. Hoeveel verrassingen kan een persoon hebben he op een dag. Nu zit ik achter mijn laptop en verdoe mijn tijd weer met MSN net als iedere maandafg trouwens.

donderdag 9 oktober 2008

Johannes en Jacobus


Als er twee mensen in de Bijbel zijn die ik niet begrijp, dan zijn het Johannes en Jacobus in hun wij-wandelen-drie-jaar-met-Jezus-tijd. Daarom wijdt ik een blog aan hen.

Twee stoere rauwdouwers zijn het, twee stoere jongens, op de basisschool waren alle meisjes al verliefd op ze, ze weten wat ze willen en ze gaan ervoor. Daarom kiest Jezus hen ook uit, al die nerdjes zoals Petrus en Levi, kon Jezus wel twee echte kerels gebruiken en daarom koos hij de twee gebroeders Johannes en Jacobus.

Sprong Petrus uit de boot Jezus tegemoed, dan bleven deze mannen koelbloedig in de boot zitten, stel je voor. Stelde Petrus allerlei domme vragen, Johannes en Jacobus bleven zwijgzaam zitten en schudde hun wijze en stoere hoofd.
En hoe denk je dat Jezus die tocht door Samaria kon ondernemen? Omdat hij deze twee sterke beren bij zich had.

Ik vind het dan ook niet meer dan normaal dat deze twee broers ervan uitgingen dat zij beide aan een zijde van Jezus zouden zitten, zij hadden zeker meer recht dan de andere 10 nerdjes met wie zij optrokken, ik bedoel, natuurlijk zou Petrus niet naast Jezus mogen zitten in het paradijs, duh.

Alleen was het probleem wel of links aan de zijde van Jezus van voren of van achteren gezien was, want links van voren gezien is rechts en rechts van voren gezien is links. En over dit lastige wiskundige vraagstuk bogen onze nieuw-testamentische Ezau's zich.
Tot ze het niet meer hielden, ze wilden het weten, maar ze wilden natuurlijk niet zo dom overkomen als Petrus, met al die domme vragen van hem iedere keer en dus, ja, ze bedachten een idee: ze stuurden hun mama erop af!

Aiaiai ze hadden het misschien beter zelf kunnen vragen, want toen ik las dat zij hun moeder erop af stuurden, slonk mijn beeld van hen opeens, deze 'zonen van de donder' werden in mijn ogen opeens een stelletje mietjes. Zelfs Petrus was in mijn ogen stoerder, die stelde zijn domme vragen in ieder geval zelf!

Op het moment dat ik zo eens nadacht over deze twee mannen, kreeg ik mijn twee degoes
en toen stond ik voor de lastige taak hen een naam te geven. Ik hield ze vast, maar ze zijn zo snel en druk, ik moest meteen denken aan de 'zonen van de donder' en zo heten ze dan ook "Johannes en Jacobus." Maar eerlijk gezegd heten ze niet alleen maar zo omdat zij zo wild zijn en mij herinneren aan de donder, zoals Johannes en Jacobus Jezus herinnerde aan de donder. Nee, mijn degoes zijn ook nog eens ontzettend schattig en iedere keer als ik naar ze kijk moet ik lachen, net zoals ik moet lachen om het verhaal van Johannes, Jacobus en hun mama.

vrijdag 26 september 2008

Fan

Net toen het schrijven van mijn scriptie mij allemaal wat te serieus werd en ik het niet meer op kon brengen om in al die serieusiteit (ik weet niet of dat wel een woord is, maar het klinkt leuk) mijzelf staande te houden, kwam dit filmpje zomaar om de hoek zetten.

Ik bekeek het, lachte, bekeek het nog eens, lachte harder en uiteindelijk kon ik de moed weer opbrengen om te genieten van deze stralende dag.
Josh you raise me up :-D

Ow my ik klink nu als een echte stalkerfan, okeej, aan mijn bloglezers, dit zal maar een keer gebeuren, hierna zal ik mij nooit meer uitspreken over enig fan-zijn van mijn kant.



En trouwens, voordat iemand ook maar het verkeerde idee krijgt, toevallig ben ik heel erg verliefd op mijn vriend, hij is knap en stoer en geweldig, terwijl Josh eigenlijk alleen maar kan zingen, tja....ik help graag roddels de wereld uit voordat ze ook maar bestaan.....;-)

donderdag 25 september 2008

Over mijn scriptie

Ik ben al een tijdje bezig met mijn scriptie. Eerst de worsteling van het verzinnen van een onderwerp en dan het verzonnen onderwerp in een theoretisch (en grammaticaal) kloppende, zinnige zin met een afgebakende vraagstelling, een hoofdstukindeling, een bronvermelding etc. Natuurlijk moest ik me eerst inlezen. Ik plunderde mijn ouders' boekenkast, alle boeken die ook maar enigszins met mijn briljante onderwerp (de kloof tussen jongeren en volwassenen) te maken kon hebben lagen op mijn kamer. Ik onderstreepte, vouwde de blaadjes om en schreef dingen over. Daarnaast hebben we natuurlijk het meest bijzondere netwerksysteem van de wereld The World Wide Web, amazing! Ik bekeek iedere pagina, worstelde me door alle onzin heen en probeerde nuttige informatie te vinden die ik kon gebruiken.

Vervolgens maakte ik een enquete, een voor jongeren tussen de 12-18 en een voor volwassenen vanaf 30. Ik ging naar Amsterdam, legde de enquete voor aan een beruchte psycholoog die met veel universitaire krabbels wat verbeteringen aanbracht, maar het was een nuttige trip (4 uur reizen voor een kwartier bij de beste man op zijn kantoor.) Thuis polijste ik mijn vragen bij en printte ze. Het was de 6e versie die eindelijk goed was.
Van mijn stagebegeleider kreeg ik 6 telefoonnummers van mensen in kerken in Haarlem (het onderzoeksgebied voor mijn scriptie) met trillende ledematen en een bibberstem belde ik de mensen op om ze te vragen mij een gunst te bewijzen, of ze tijden van hun ontzettend druk bezette tijd op wilden offeren en moeite wilde doen om mij te helpen met verspreiden van de enquetes terwijl ik nooit iets terug zou kunnen doen voor ze.

Na tijden kreeg ik de eerste enquetes terug en gelukkig 'er kwam een nuttig punt uit!' mijn vreugde was ontzettend groot en ik dansde met het stapeltje papieren door de kamer.

Nu ben ik bezig met het verwerken van de enquetes, hoeveel jongeren zeggen 'A' hoeveel zeggen 'B' en hoe verhouden deze antwoorden zich tot de jongeren van andere kerken. Deze gegevens uittellen, verrekenen en vervolgens in een tabel zetten.
Gelukkig heb ik een zelfdenkende computer die me hierbij kan helpen. Ik had een word-document waar ik de vraag die ik de jongeren gesteld had uitschreef, vervolgens maakte ik in excel een tabel, deze plakte ik in word onder de vraag. Hierna wiste ik de tabel en maakte de volgende tabel welke ik ook in word plakte. Simpel toch?
Mja, maar mijn computer besloot mij een handje te helpen en bij vraag 13! kwam ik erachter dat het programma aan elkaar gelinkt was en alle 13 tabellen gelijk had gemaakt aan mijn laatst ingevoegde tabel!

Natuurlijk had Jedidja me dit wel verteld, om precies te zijn 'dit is een slim programma, als het goed is linkt hij de veranderingen in excel meteen naar word, maar dit gaat bijna nooit goed'
Helaas ging het bij mij dus een keer wel goed, het slimme programma bleek echt slim te zijn, maar deed helaas niet wat ik de bedoeling vond. Resulaat: Laura mocht alle 13 tabellen! weer overnieuw maken.

Ik ben na deze gebeurtenis van mening dat de computer zo slim is dat de mens al die slimmigheid niet kan bijhouden en dus gedoemd is te proberen de slimmigheid van de computer te doorbreken door slim te zijn om te bereiken wat bereikt moet worden.....uhm nou ja, laat ik het zo zeggen, na een hoop gescheld en geschreeuw, de dreiging het ding uit het raam te gooien en iedereen op te bellen om te zeggen hoe dom een computer is, kon ik overnieuw beginnen, maar dit keer verhinderde ik de computer om zelf te denken. Moest toch niet gekker worden!

maandag 15 september 2008

Hoe mijn geoefende glimlach werkte

Het is dan toch echt gebeurt, ik heb het voor elkaar. Ik dacht dat het alleen in verhaaltjes en zeldzame anekdotes voorkwam, maar nee hoor, het is mij ook overkomen.

Het begon allemaal toen ik naar een willekeurige kerk in een willekeurige plaats moest. Een grote gereformeerde kerk met veel mensen (tot dusver mijn beschrijvingen.) Ik ging samen met mijn stoere vriend Ron en we kwamen natuurlijk ruim op tijd aan in de willekeurige kerk. Het was kiezen, of om 4 over 10 te laat binnen komen rennen, of om 4 over half 10 te vroeg te zijn en proberen onopvallend te mengen met de 3 aanwezige mensen en te zorgen dat niet op zou vallen dat je 'nieuw' bent. Wij kozen, als rasechte-altijd-op-tijd-zijnde-Nederlanders voor de laatste optie. We hingen onze jas op, brachten beide op onze eigen toilet zoveel mogelijk tijd door, ik met het lezen van de luchtverfrisserspuit en de instructies over de prullenbak, leunend tegen de deur, hopend dat er meer mensen kwamen. Toen ik het echt niet meer kon maken om binnen te blijven, zonder de gedachte bij mensen te verwekken dat ik een 'grote boodschap' deed tijdens mijn eerster keer in een nieuwe kerk, stapte ik naar buiten en deed tijden over het wassen en afdrogen van mijn handen.

Ik werd aangesproken door een mevrouw die wees op mijn witte rok (op de hagelslagvlek na) en blauwe shirtje, zij had ook zo'n combinatie aan. Ze vertelde me dat ze nog niet klaar was voor de herfst en daarom de keuze maakte om er fleurig bij te lopen. "Of ik er vanmiddag ook bij was" vroeg de beste dame na een praatje van 5 minuten. "Nee ik was er niet bij" toen zei ze dat ze me eigenlijk ook helemaal niet herkende (heeft mijn ik-kom-hier-heel-vaak-glimlach toch 5 minuten gewerkt) Ik legde uit wat ik kwam doen en we liepen de gang op. Het was al drukker.

Ron en ik zochten een plaatsje. Wat wil je, plaats voor 600 mensen en niemand die zit. Niet te ver vooraan, niet helemaal achteraan en bij het gangpad, net als ieder ander persoon die voor het eerst in een kerk is zou doen. Daar zaten we en we zetten beide onze ik-kom-hier-heel-vaak-glimlach op, en het werkte want niemand kwam ons begroeten.

En toen gebeurde het, de reden voor dit verhaal op mijn blog, ik kan het niet achterhouden, moet het vertellen. Tijden geleden heb ik eens een comicstrip van Dokus (ofzo) gezien. Daar was een hele lege kerk te zien met een nieuw persoon die daar zat, een oud mannetje of vrouwtje boog over hem heen en zei "pardon u zit op mijn plaats." Ik lag altijd in een scheur om dat stripje, de burgelijkheid van de gedachte alleen al dat je in de kerk een vaste plek hebt. Natuurlijk heb je wel je voorkeur, maar om een nieuw iemand van je plaats te sturen leek mij het toppunt. Mijn opa had eens verteld dat hij zo'n situatie mee had gemaakt en ook daar moest ik enorm om lachen. Het zou je gebeuren.

En het is me gebeurt, ja, echt waar. We zaten in de kerk met inmiddels voor ons een rij oude mensen, naast ons een rij oude mensen en in de hele kerk veel oude mensen, dus de ik-kom-hier-heel-vaak-glimlach was niet zo overtuigend als hij was geweest tussen leeftijdgenoten. Deze oude mensen zou het wel opvallen als er een jong stel in de kerk zat.
Ineens begon de vrouw naast Ron te praten, niet tegen ons, maar tegen de vrouw in de bank voor me "waarom kom je niet hier zitten?" de vrouw antwoordde dat daar geen plaats was "ja, mijn plaats is bezet" zei de vrouw weer doelend op ons en vervolgens verder pratend over de nare situatie die onstaan was omdat ze nu op een andere plek dan normaal moest zitten.

Ik was geschokt, het kon dus echt gebeuren, dat komische plaatje was helemaal niet komisch, maar zo reeel al maar kon, het gebeurde hier, nu en ik was de persoon die durfde om in de kerk te komen en op de plaats van de vrouw te zitten. Ik keek naar Ron en Ron keek naar mij, onze monden waren open gevallen. Ik voelde allerlei niet-christelijke-gedachten in mij opkomen en de ik-kom-hier-heel-vaak-glimlach verdween als sneeuw voor de zon.

Ik wilde zeggen "hallo, we kunnen u horen en omdat u er moeite mee heeft dat wij als nieuwe bezoekers op uw plaats zitten, dan staan we wel op en lopen de deur uit zodat u uw kont op uw plek neder kan vleien, dan hebben wij een vrije zondag." Maar ik deed het niet, samen met Ron praatte ik over de asocialiteit van het geheel en hoe het zou zijn als iemand voor het eerst in een kerk kwam, geen christen was en dit te horen zou krijgen, die zou nooit meer terugkomen.

Ahcteraf gezien had ik me niet zo verbijsterd moeten voelen, het was mijn eigen schuld, had ik maar niet mijn ik-kom-hier-heel-vaak-glimlach op moeten zetten, blijkbaar dachten deze mense dat wij vaak kwamen. En als je vaak komt moet je van alle 600 mensen nou eenmaal weten waar ze zitten.

woensdag 10 september 2008

Een nieuwe roeping

De mensen die dachten dat ik me in wilde zetten in het interkerkelijk werk in Den Helder are in for a surprise....ik heb een nieuwe roeping. Nou ja eigenlijk oefen ik al tijden, maar nooit had ik durven dromen dat het mijn roeping zou kunnen worden.

Het begon allemaal toen ik de geweldige vertaling hoorde van het lied Beautiful one van Tim Hughes, briljant vertaald met Prachtige God de melodie en de Nederlandse tekst bezorgde me tranen (van ellende wel te verstaan)

Steeds meer vertalingen vielen me op en toen ik met Jedidja naar school liep begonnen wij de liedjes die wij luisterden op onze mp-3's te vertalen, niet zomaar vertalen, maar op de Opwekking manier.
Inmiddels ben ik zo goed geworden dat ik jullie even deelgenoot wil maken van mijn laatste briljante opwekkingvertaling. Als ik door blijf oefenen krijg ik misschien wel een baan aangeboden bij deze geweldige vertaalorganisatie:

Laat ons geliefde zijn, dan trouwen we samen met ons fortuin
Let us be lovers, we'll marry our fortunes together
Ik heb een huisje hier in mijn tas
I've got some real estate here in my bag
Dus we kochten een pakje sigaretten en een mevrouw Bakker taart
So we bought a pack of cigarettes and Mrs. Wagner pies
en we wandelde af naar Amerika
And walked off to look for America

Cathy, zei ik en we leenden een grijze hond in Pittsburgh
Cathy, I said as we boarded a Greyhound in Pittsburgh
Michigan lijkt wel een droom voor mij nu
Michigan seems like a dream to me now
en het duurde vier dagen om te liften uit Siginaw
And it took me four days to hitchhike from Saginaw
Ik ben gekomen om Amerika te zoeken
I've come to look for America

Lachend in de bus, spelletjes spelen met de gezichten
Laughing on the bus, playing games with the faces
Ze zei dat de man in de rare jas een spion was
She said the man in the gabardine suit was a spy
Ik zei voorzichtig want zijn strikje is een camera
I said be careful his bowtie is really a camera

Gooi me een sigaret, ik denk dat er een in mijn regenjas zit
Toss me a cigarette, I think there's one in my raincoat
we rookten de laatste een uur geleden
We smoked the last one an hour ago
Dus ik keek naar het uizicht zij las haar blaadje
So I looked at the scenery, she read her magazine
en de maan rees over een open veld
And the moon rose over an open field

Cathy, ik ben kwijt, zei ik, maar ik wist dat ze sliep
Cathy, I'm lost, I said, though I knew she was sleeping

Ik ben leeg en ik ben pijn en ik weet niet waarom
I'm empty and I'm aching and I don't know why
Auto’s tellen op de New Jersey Turnpike
Counting the cars on the New Jersey Turnpike
Ze zijn allemaal gekomen om Amerika te zoeken
They've all come to look for America
Allemaal gekomen om Amerika te zoeken
All come to look for America
Allemaal gekomen om Amerika te zoeken
All come to look for America

Een briljante vertaling met gevoel voor de poezie, al zeg ik het zelf!

dinsdag 9 september 2008

Als de piep in huis is vieren de bouwvakkers feest

Ron en ik hebben een geweldig huisje, oke hij heeft het huisje ik ga er volgend jaar bijwonen. We hebben het samen ingericht, heerlijk zoals we het allebei leuk vinden, heerlijk onze eigen kasten, een prachtige vloer, bijzonder behang.
Het duurde dan ook niet lang of we zaten lekker op onze stoel met een bakje koffie rustgevend te genieten van............ een bewoner in huis.

In de eerste instantie viel hij niet op met al dat geboor, behanggescheur en muziek uit de bouwradio was het ook te verwaarlozen, maar zodra alles stil was en alleen het geruis van de blaadjes ons huis binnendrong, tja, toen begon onze bewoner op te vallen.

Wie deze bewoner is......in ieder geval is hij er langer dan wij, vaker dan wij en was hij degene die ons opwachtte toen we de sleutel hadden gekregen. Hij is in de keuken en in de badkamer en daarom in het hele huis. Je bent nooit alleen, want altijd is hij er.......de piep.

Jaja we hebben een heuse piep in huis, niet zo'n schattige zacht piepje als van een babymuisje, nee zo'n piep die overal doordringt, zo een waar je horenddol van wordt als je er te lang naar luistert, zo een die in je oren gaat zitten en die je nog hoort als je het huis al lang en breed verlaten hebt. Zo een dus.

De mevrouw van woningstichting kwam om alles met ons door te nemen voor ons huisje, we meldde onze bewoner en de vrouw zei dat ze de piep inderdaad hoorde, lastig. Maar we zouden gebeld worden voor een afspraak en dan zouden ze komen.

Inmiddels zijn we doorgegaan met de inrichting van ons huis, wennend aan onze bewoner, die ieder stil moment doordrong met zijn gedachten, tot we er gek van werden. Maar daar was hij dan, de woningstichtingmeneer die er verstand van heeft. Hij belde aan op de afgesproken tijd (tussen 13.00-17.00) en laat zijn spullen buiten staan. "Tja, ik kan er in dit huis niets aan doen, want ze hebben me een kwartier ingeroosterd en dit is een klus van 2 uur.'
Ik glimlach naar de beste man (zo'n glimlach die ik mezelf heb aangeleerd voor mensen die ergens niets aan kunnen doen, terwijl het wel heel erg irritant is) en zeg "daar kunt u niets aan doen." De beste man belooft me volgende week terug te komen. En dus blijft onze bewoner nog een weekje slapen, uhm ik bedoel piepen.

Na drie weken krijgen we een briefje, de beste man zal weer komen (tussen 13.00 en 17.00) ik ruim het huis op en ja hoor daar wordt gebeld, een andere man. Hij komt binnen en begint als een razende door het huis te lopen. Hij zet de tv uit zodat hij de stroom overal af kan halen en luistert dan of de piep nog doorgaat, tja, de motor van het afvoersysteem in de douche (want daar woont onze bewoner) gaat zelfs door zonder stroom, dat is best wel stoer en zeker milieubewust, maar niet helemaal zoals het hoort.

Ik bied de beste man koffie aan, hij komt zitten en verteld over de nare dingen die hij in huizen tegenkomt en beschrijft aan mij hoe zwaar zijn werk is, de plaat voor de afvoer moet eraf, maar dat is moeilijk werk, en de afvoer van de buurvrouw zit ook bij ons. Als er ook maar iets stuk is zal hij alles eruit halen en op het dak zetten, dat kost een dag (langer dan van 13.00-17.00)
Hij verzekert mij, zonder de minste aanmoediging, dat hij de beste is op dit gebied en zijn collega er, ook op dit gebied, niet veel van bakt, hoewel die collega wel heel goed gehandeld had en niets heeft gedaan de eerste keer, dat dan wel weer.

De man gaat nog even aan het werk, nadat ik hem verteld heb dat ik het allemaal maar knap vind en dat ik blij ben dat hij er verstand van heeft (de dame-in-nood-truc werkt altijd als je wilt dat ze opschieten) Dan zegt hij dat hij alles gaat regelen, hij komt nog een dag met een collega en dan zullen ze samen de hele bende op het dak opbouwen. Na een tweede bakkie en nog wat technische verhalen over dingen die ik niet begrijp, ruimt hij op en verzekert mij dat er weer een afspraak gemaakt wordt als hij de spullen heeft. Hij is zeker bekwamer dan zijn collega, want hij geeft mij geen tijdsbestek over wanneer dit dan zal zijn, hoewel ik de 'week' van de eerste woningstichtingmeneer wel schattig vond.

Daar ging hij dan, de plaat is eraf en de afvoer is open en bloot in de muur van ons huisje te zien, en onze bewoner......die blijft nog even logeren.